B6: supplementen en gezondheidseffecten

Vitamine B6-supplementen en negatieve gezondheidseffecten

Consumptie van hoge doseringen vitamine B6 kan leiden tot aantasting van het perifere zenuwstelsel en degeneratie van delen van het ruggenmerg en tot polyneuropathie. Andere uitingen van vitamine B6-toxiciteit zijn fotosensibilisatie, huidaandoeningen en geheugenstoornissen (EFSA 2006). Polyneuropathie omvat een groep van aandoeningen met verschillende verschijningsvormen. De definitie in de richtlijn Polyneuropathie luidt: “een symmetrische aandoening van perifere zenuwen, die wordt gekenmerkt door sensorische en/of motorische afwijkingen die in de regel distaal meer dan proximaal en aan de benen meer dan aan de armen aanwezig zijn. Bij een polyneuropathie zijn per definitie meerdere zenuwen betrokken” (in de Kruijk en Notermans 2005). Een acute  sensorische neuropathie kan optreden bij een totale dosis van 180 g in dagen tot weken, of in een chronische neuropathie bij inname van 0,2-10 g per dag, op basis van secundaire distale axonale schade (de Kruijk en Notermans 2005). Vaak verdwijnen de symptomen na stoppen met de suppletie maar niet altijd.

SCF/EFSA (2006) rapporteerde dat gevallen van klinische neuropathie optreden na ongeveer twaalf maanden of langere behandeling met doses van 2 g vitamine B6 (pyridoxine)/dag of minder, terwijl neuropathie kan ontwikkelen in minder dan twaalf maanden bij doses hoger dan 2 g/dag (SCF/EFSA 2006). Milde neurologische verschijnselen werden al bij lagere doseringen waargenomen (ongeveer 100 mg/dag) bij inname gedurende een langere periode.

 

Aanleiding
Bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en het Bijwerkingencentrum Lareb komen met regelmaat klachten binnen die zijn gerelateerd aan een inname van vitamine B6 (pyridoxine) uit voedingssupplementen. Ook ontvangt de NVWA regelmatig Rapid Alert System for Food and Feed (RASFF)-meldingen uit landen die de door EFSA vastgestelde aanvaardbare bovengrens van inname van 25 mg/dag (SCF/EFSA 2006) hanteren voor vitamine B6. De Gezondheidsraad hanteert ook deze norm (Gezondheidsraad 2003). Deze is echter nog niet vastgelegd in Europese of Nederlandse wetgeving. In de Gezondheidsgids van december 2014 wijdde de Consumentenbond aandacht aan vitamine B6-vergiftigingen en constateerde dat fabrikanten zich weinig aantrekken van de door EFSA vastgestelde veilige bovengrens van inname van vitamine B6. Het AVRO-TROS-programma Radar besteedde op 5 september 2016 aandacht aan vitamine B6-supplementen. Een onderzoek bij 39.099 leden van het Radar Testpanel wees uit dat 18 procent van de testpanel leden die vitamine B6 slikken, het idee had dat ze gezondheidsklachten hebben (gehad) die te linken zijn aan de supplementen.

Vitamine B6 is de collectieve term voor een familie van verwante chemische stoffen (vitameren), waaronder pyridoxine, pyridoxal, pyridoxamine en hun respectieve 5-fosfaatesters. Deze stoffen kunnen in elkaar worden omgezet en zijn wateroplosbaar. De biologisch actieve vorm van het vitamine is pyridoxal-5- fosfaat. Vitamine B6 is belangrijk voor de stofwisseling, afbraak en opbouw van aminozuren, werking van bepaalde hormonen, groei, bloedaanmaak, het immuunsysteem en zenuwstelsel. Vitamine B6 is in de handel als voedingssupplement; via internet zijn doseringen verkrijgbaar tot 500 mg vitamine B6 per tablet of capsule. Volgens bijlage II van Richtlijn 2002/46/EG mogen pyridoxine-hydrochloride, pyridoxine-5-fosfaat en pyridoxal-5-fosfaat als vitamine B6-vitameren worden toegepast in voedingssupplementen. Consumptie van hoge doseringen vitamine B6 kan leiden tot aantasting van het perifere zenuwstelsel en degeneratie van delen van het ruggenmerg en tot polyneuropathie. Andere uitingen van vitamine BG-toxiciteit zijn fotosensibilisatie, huidletsels en geheugenstoornissen. De brancheorganisatie voor gezondheidsproducten (NPN) heeft aangegeven dat de risico’s en klachten mogelijk anders zijn wanneer een andere vitamine B6-vitameer dan pyridoxineHCI, bijvoorbeeld pyridoxal-5-fosfaat, als supplement wordt gebruikt.

Er bestaan ook geneesmiddelen met vitamine B6. Deze hebben vaak hoge doseringen en worden voorgeschreven en gebruikt onder medische supervisie bij verschillende ziekten zoals het premenstrueel syndroom en genetische afwijkingen zoals cystathioninurie en homocystinurie, en verschillende andere aandoeningen zoals toevallen, carpale-tunnel syndroom en zwangerschapsmisselijkheid. In EU-richtlijn 2002/46/EG1 is aangekondigd dat maximale hoeveelheden voor vitamines en mineralen in voedingssupplementen in een dagelijkse portie zullen worden vastgelegd. Dat is tot nu toe niet gebeurd. De directeur Voeding, Gezondheidsbescherming en Preventie van het ministerie van VWS en de hoofd-inspecteur van de divisie Consument & veiligheid van de NVWA hebben bureau Risicobeoordeling & onderzoeksprogrammering (BuRO) de volgende vragen gesteld:

  • Bij welke acute dagelijkse inname van vitamine B6 via voedingssupplementen
    kunnen gezondheidsproblemen worden verwacht?
  • Bij welke chronische dagelijkse inname van vitamine B6 via voedingssupplementen kunnen gezondheidsproblemen worden verwacht?
  • Zijn de risico’s en klachten anders wanneer een andere vitamine B6-vitameer dan pyridoxine-HCI, bijvoorbeeld pyridoxal-5-fosfaat (PLP), als supplement wordt gebruikt?

 

Aanpak
BuRO heeft RIVM gevraagd aan de hand van gegevens van verschillende voedselconsumptiepeilingen de inname van vitamine 66 uit de voeding van de Nederlandse bevolking, ingedeeld in leeftijdsgroepen, in kaart te brengen en te berekenen hoeveel ruimte er nog is voor vitamine 66-inname uit supplementen voordat een innameniveau wordt bereikt waarbij een gezondheidsrisico niet meer is uit te sluiten (de aanvaardbare bovengrens van inname) per leeftijdsgroep. Daarnaast is literatuuronderzoek uitgevoerd naar de veiligheid en het metabolisme van vitamine B6. Hiervoor is in PubMed onder andere gezocht met de trefwoorden: vitamin and B6 and metabolism toxicity. Ook heeft de NVWA experimenteel onderzoek laten uitvoeren bij de Universiteit Maastricht om de in vitro-toxiciteit in neuroblastomacellen van verschillende vitamine B6-vitameren te onderzoeken. De resultaten van dit onderzoek zijn verwerkt in het advies.

 

Onderzoeksresultaten

  • Er zijn geen aanwijzingen dat er in Nederland leeftijdsgroepen zijn met een onvoldoende vitamine B6-inname. Er is dan ook geen reden om het gebruik van vitamine B6 supplementen te adviseren. Er is geen relatie tussen hoge vitamine B6-innames en gunstige gezondheidseffecten, anders dan de behandeling van bepaalde aandoeningen.
  • De vitamine B6-inname uit de voeding leidt niet tot overschrijding van de aanvaardbare bovengrens van inname voor vitamine B6, die door EFSA is vastgesteld op 25 mg per dag voor volwassenen; voor jongere leeftijdsgroepen is de bovengrens aangepast op basis van lichaamsgewicht. De aanvaardbare bovengrens is afgeleid van onderzoek met vitamine B6 in de vorm van pyridoxine(-HCI).
  • Hoog gedoseerde vitamine B6-supplementen (meer dan 25 mg pyridoxine per dag) zijn als voedingssupplement verkrijgbaar en bij langdurig dagelijks gebruik kunnen aandoeningen aan de zenuwen in de armen en benen ontstaan (perifere neuropathie). Hoge doseringen vitamine B6 kunnen worden voorgeschreven door een arts voor bepaalde aandoeningen; deze medicijnen zijn als geneesmiddel geregistreerd bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG).
  • Een eiwit beperkte voeding, leidend tot verlies van lichaamsgewicht, bepaalde medicijnen of een verminderde nierfunctie kunnen verantwoordelijk zijn voor een toename in neurotoxiciteit van pyridoxine.
  • Nadelige gezondheidseffecten van inname van vitamine B6 in de vorm van pyridoxine kunnen niet worden uitgesloten bij gebruik van supplementen vanaf 100 mg per dag.
  • Mensen met een verminderde nier- of leverfunctie en mensen met aangeboren afwijkingen van het vitamine B6-metabolisme behoren tot de hoog risicogroepen.
  • De vitamine B6-vitameren (pyridoxine, pyridoxal en pyridoxamine) hebben een ongeveer gelijke biologische activiteit. Dit hoeft echter nog niet te betekenen dat de verschillende vitameren ook een zelfde toxische effect hebben in hoge doseringen. Hier is beperkt onderzoek naar gedaan. Er zijn aanwijzingen uit in vitro-onderzoek dat pyridoxine neuronale schade en effecten op sensoriek en motoriek kan veroorzaken terwijl pyridoxal-5-fosfaat deze klinische symptomen of aandoeningen niet veroorzaakt. Echter pyridoxal-5-fosfaat leidde in vergelijking met pyridoxine in lagere concentraties tot sterfte bij de rat. De verschillende onderzoeksresultaten zijn echter niet eenduidig. EFSA oordeelde dat voor de veiligheidsbeoordeling van pyridoxal-5-fosfaat dezelfde bovengrens als voor pyridoxine-HCI geldt.
  • De berekende beschikbare ruimte tussen de aanvaardbare bovengrens en de inname uit de voeding van vitamine B6 is voor personen van 2-4 jaar, 4-7 jaar, 7-9 jaar, 9-14 jaar, 14-19 jaar, 19-31 jaar, 31-50 jaar, 51-70 jaar en vanaf 70 jaar, respectievelijk 3,7, 5,5, 8,8, 7,9, 13,1, 21,7, 22,4, 22,7 en 22,7 mg vitamine B6. Op basis van deze berekeningen is niet uit te sluiten dat er gezondheidsproblemen ontstaan bij volwassenen met een langdurige inname van vitamine B6-supplementen die meer dan 21 mg per dag bevatten. Voor kinderen gelden andere maximale hoeveelheden, afhankelijk van hun gewicht. Dit varieert van 3 mg voor 2-4-jarigen tot 13 mg voor 14-19-jarigen.

 

Conclusies
Gebaseerd op de onderzoeksresultaten luidt het concluderende antwoord op de onderzoeksvragen als volgt.

  • Bij welke acute dagelijkse Inname van vitamine B6 via voedingssupplementen kunnen gezondheidsproblemen worden verwacht?
    Nadelige gezondheidseffecten van inname van vitamine B6 in de vorm van pyridoxine kunnen niet worden uitgesloten bij gebruik van supplementen vanaf 100 mg per dag.
  • Bij welke chronische dagelijkse Inname van vitamine B6 kunnen gezondheidsproblemen worden verwacht?
    EFSA heeft een veilige bovengrens voor vitamine B6 afgeleid van 25 mg/dag. Gezien de inname uit de voeding betekent dit dat de berekende beschikbare ruimte tussen de aanvaardbare bovengrens en de inname uit de voeding, 21 mg/dag is voor volwassenen. Voor kinderen gelden lagere maximale hoeveelheden, afhankelijk van hun gewicht. Bij hogere innames is niet uit te sluiten dat gezondheidsproblemen ontstaan bij langdurige inname. Er zijn slechts beperkte, niet eenduidige gegevens over nadelige gezondheidseffecten bij lagere doseringen (onder de 100 mg/dag); echter de kans op negatieve gezondheidseffecten bij chronische inname tot maximaal 25 mg/dag is klein.
    Hogere doseringen zouden alleen onder begeleiding en op voorschrift van een arts moeten worden ingenomen.
  • Zijn de risico’s en klachten anders wanneer een andere vitamine B6-vitameer dan pyridoxine-HCI. bijvoorbeeld pyridoxal-5-fosfaat (PLP), als supplement wordt gebruikt?
    Deze vraag is lastig te beantwoorden omdat er beperkt onderzoek naar is gedaan. Er zijn aanwijzingen dat de andere vitamine B6-vitameren in hoge doses net zo toxisch of zelfs toxischer zouden kunnen zijn.

 

Advies aan de Minister van VWS

BuRO adviseert de Minister van VWS het volgende:

  • Leg, tot het moment dat er Europese wetgeving is over maximale hoeveelheden vitamines en mineralen in supplementen, in nationale wetgeving de maximale dagdosering vitamine B6 in voedingssupplementen vast en stel het opnemen van een waarschuwing dat supplementen bedoeld voor volwassenen niet geschikt zijn voor kinderen, verplicht. Laat ook middels een waarschuwing opnemen dat vitamine B6 in de vorm van een supplement niet kan worden gebruikt in combinatie met andere medicijnen zonder een arts te raadplegen. De maximale inname van vitamine B6 uit supplementen is 21 mg per dag. Voor kinderen gelden lagere maximale hoeveelheden, afhankelijk van hun gewicht. Dit varieert van 3 mg voor 2-4-jarigen tot 13 mg voor 14-19- jarigen.
  • Deze maximale hoeveelheid geldt voor (de totale dosering van) alle vitamine
    B6-vitameren. Volgens bijlage II van Richtlijn 2002/46/EG mogen de volgende vormen van vitamine B6 worden gebruikt bij de vervaardiging van voedingssupplementen: pyridoxine-hydrochloride, pyridoxine-5-fosfaat en pyridoxal-5-fosfaat.
  • Dring bij de Europese Commissie aan op het vastleggen van maximale hoeveelheden voor vitamines en mineralen in een dagelijkse portie, zoals is vastgelegd in EU-richtlijn 2002/46/EG. Het berekenen van de beschikbare ruimte voor inname op basis van het verschil tussen de aanvaardbare bovengrens en de gebruikelijke inname van een vitamine of mineraal, zoals in dit advies is uitgewerkt voor vitamine B6, is een adequate aanpak.
  • Informeer het Voedingscentrum over dit advies zodat ook het Voedingscentrum
    aandacht kan besteden aan de gezondheidsrisico’s van hoog gedoseerde vitamine B6-supplementen. Daar een hoge inname van vitamine B6-supplementen geen aantoonbaar positief effect heeft op de gezondheid, zou een hoeveelheid toegevoegd aan een supplement niet hoger moeten zijn dan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid. Mensen met een verminderde nier- of leverfunctie en kinderen vormen risicogroepen en moeten vitamine B6-supplementen niet of in overleg met een arts gebruiken. Het is raadzaam om bij het optreden van klachten contact op te nemen met een arts.

 

Bron: Rijksoverheid – advies over veilige inname vit. B6

 

Aanbevolen Literatuur